Marchin – Ossogne     Du 3 au 25 août 2019
20 expositions ouvertes les week-ends + jeudi 15 et vendredi 16 août, de 10h à 19h
  1. Te Huy

    Als voorbode van de 9de fotografiebiënnale in de Condroz organiseert de Fondation Bolly-Charlier in de Galerie Juvénal (Huy/Hoei) een selectie beelden van de fotografen van deze nieuwe editie. 

    Met Damien Caumiant, een deel van de Collection Contretype, een selectie foto's van het Fonds Desarcy-Robyns (grote en kleine evenementen, die Wallonië van de jaren veertig tot zeventig in vervoering brachten - bruikleen van het Musée de la Vie Wallonne), Colin Gray, Idrisse Hidara, Mégane Likin, Renaud Monfourny, Jef Van den Bossche en een aantal foto's van de onlangs overleden Jean-Paul Hubin (fotograaf van Hoei).

    Vernissage : vrijdag 5 juli van 18.30 tot 20.30 uur.
    Tentoonstelling geopend van 6 juli tot 25 augustus 2019.
    Donderdag tot en met zondag, 14.00 tot 18.00 uur.
    + zaterdag 6 juli en 2 augustus, van 10u tot 14u voor de opening van de markt Circ'Huy-Court.
    + van woensdag 21 tot en met zondag 25 augustus, van 18u tot 22u tijdens het Festival d’Art de Huy.

    Galerie Juvénal
    Place Verte, 6 - 4500 Huy/Hoei
    Info: Cultureel Centrum van Marchin, 085/41.35.38


  2. Te Grand-Marchin


  3. 1. De pastorie

    Nathalie Amand (België, 1968)

    Nathalie Amand is leerkracht aan de Academie voor Schone Kunsten in Doornik. Van kindsbeen af was ze bezig met filmfotografie en gebruikte ze middenmaatcamera’s. Ze koestert zowel buiten- als studiofotografie. Ter gelegenheid van de Biënnales publiceert ze haar eerste monografie, Parêtre, bij uitgeverij Yellow Now (serie Angles vifs). 

    Fotografie heeft een complexe en subtiele verhouding met de realiteit: ze reproduceert haar op een trouwe manier, maar ook weer niet omdat ze onderworpen is aan de subjectieve kijk van de fotograaf. 

    “Deze toedracht heeft me er altijd toe bewogen mijn beelden te scheppen. Ik grijp in en manipuleer het reële tijdens de beeldopname. De dingen tonen zoals ze zijn, interesseert me weinig. Wat voor mij telt, is de relatie die ik met hen beleef op het moment dat ik ze fotografeer. Ik hou er eerder van mijn eigen visie op de dingen te tonen dan wel de dingen op zich. Fotografie moet me verrassen en me een andere kijk geven op wat me omringt. In die zin is ze een getuige van mijn relatie met de wereld. Ze is ervaring. Mijn zoeken is voornamelijk gericht op ‘tijdsbesef’ doorheen klassieke picturale thema’s zoals het naakt, het zelfportret, landschappen, dode natuur en ijdelheid. Deze thema’s worden op een theatrale wijze benaderd onder de vorm van series, voornamelijk gerealiseerd op groot en midden formaat. Het esthetische aspect neemt er een doorslaggevend deel in met de bedoeling om van eender wat de schoonheid en kwetsbaarheid te benadrukken, en er ons ertoe te bewegen onszelf in vraag te stellen.” (N.A.) 

    www.nathalie-amand.fr


  4.  


  5. 2. Het cultuurcentrum

    Een selectie uit de collecties van Contretype, Centrum voor hedendaagse fotografie in Brussel, Fontainashof 4A in 1060 Brussel / www.contretype.org 

    In 1978 richtte Jean-Louis Godefroid (1952-2013), gediplomeerd fotograaf van “de 75”-school de vzw Contretype op, met de bedoeling om professionele fotografie bekend te maken in de Waals-Brusselse federatie en in het buitenland. Hij organiseerde exposities in zijn appartement (Paul Horst, Robert Rauschenberg, David Hockney, Peter Downsbrough, Robert Mapplethorpe, Karl Blossfeldt, Willy Zielke, Roger Kockaerts, Gilbert Fastenaekens …). Contretype combineert activiteiten op het gebeid van productie, verdeling, het uitgeven van boeken en van portfolio’s, waarmee ze bijdraagt tot de ontwikkeling van de artistieke carrières van professionele fotografen en ze banden creëert tussen artiesten, publiek en de media. In 1988 installeert Contretype zich in het ‘Hôtel de maître’ Art Nouveau van Edouard Hannon (in 1874 oprichtend lid van de Belgische Vereniging van de Fotografie). Er worden vele exposities gehouden, onder wie Joel Peter Witkin, Charles Leirens, Serge Vandercam, Julie Coulommier, Daniel Brunemer, Paul Den Hollander … 

    In 1997 heeft Contretype een project op poten gezet met artiestenverblijven voor Belgische en buitenlandse fotografen, waaraan onder andere de volgende artiesten deelnamen: Alain Paiement (Qc), Bernard Plossu (F), Elina Brotherus (Fi), JH Engström (Zw), Philippe Herbert (B). Dit project geeft artiesten de kans aan zelfreflectie te doen over hun eigen werk en een fotografisch project uit te werken in de aparte context van de stad Brussel. Vanuit dat project heeft de vereniging een collectie foto’s samengesteld dat ondertussen zo’n 250 werken bevat. 

    Sinds eind 2014 zet Contretype zijn activiteiten voort in een ander prestigieus gebouw in de gemeente Sint-Gillis: het Fontainashof. 

    Tijdens de Biënnales wordt een selectie uit de collectie getoond: Marie-Noëlle Boutin (Frankrijk, 1971), Elina Brotherus (Finland, 1972), André Cepeda (Portugal, 1976), Vicente de Mello (Brazilië, 1967), Angel Marcos (Spanje, 1955), Bernard Plossu (Frankrijk, 1945), Sébastien Reuzé (Frankrijk, 1970), Satoru Toma (Japan, 1976). 

    www.contretype.org


  6. Renaud Monfourny (Frankrijk, 1962)

    Renaud Monfourny werd in 1962 geboren op de buiten, en raakte besmet door het ‘virus’ toen hij als tiener lid werd van de plaatselijke fotoclub. Aan zijn studies fotografie houdt hij enkel een hogeschooldiploma over, “redelijk nutteloos” (dixit de persoon in kwestie), en zette hij gewoon zijn passie voort terwijl hij de geschiedenis van het medium ontdekte. Tijdens de jaren tachtig doceerde hij fotografie aan de School voor Architectuur in Paris-Conflans, had hij meerdere persoonlijke projecten, werkte hij voor de pers en was hij medeoprichter van meerdere bladen, waarvan één is blijven bestaan: het tijdschrift Les Inrockuptibles. Vanaf de jaren negentig wijdt hij zich nog enkel aan dit tijdschrift en aan zijn persoonlijke projecten. 
    Als oprichtend lid en hoofdfotograaf van de “Inrocks” heeft hij bijgedragen aan de visuele identiteit van het blad met zij zwart-witte frontale en sprekende portretten. Deze hebben grote ogen doen trekken bij een beroepsgeneratie die in één keer ontdekte dat rock ook een manier van schrijven was, een manier van gedragen en van belang inboezemen. 
    Al zo’n 30 jaar fotografeert hij de grootste iconen uit de muziekwereld, de literatuur, en de kunst: van Godard tot Björk, van Gainsbourg tot Kurt Cobain, van Leonard Cohen tot Eric Cantona, enz. In andere series zie je hem het naakt bestuderen, de dode natuur, landschappen, of de zowel positieve als negatieve symboliek van het leven in de straten van een stad.
    Ook vandaag nog blijft hij de artistieke scene grijpen, zo bekend voor z’n onafhankelijkheid, en wordt hij op menig evenement en festival uitgenodigd omwille van zijn wereldwijde bekendheid, als in Parijs (expo in het MEP in 2016). Geen beurs, geen prijs (geen medailles, bloemen noch kransen enz.) Hij heeft tentoongesteld in Buenos Aires, Tokyo, Brussel, New York, Berlijn, Lausanne, El Salvador, Thessaloniki, Madrid. Hij is actief op een blog met culturele actualiteit: http://blogs.lesinrocks.com/photos/. Een verzameling van zo’n 130 fotoportretten, Sui Generis, verscheen in 2016 bij uitgeverij Inculte, en een andere over de Velvet Underground bij uitgeverij Caïd. In ieder geval, er zijn meerdere zaken uit zijn verleden waardoor hij een band met België heeft – en een boel goeie redenen brengen hem naar de Condroz. 

    www.renaudmonfourny.com


  7. 3. De “Bistro”

    Svetlana Kureicik (Wit-Rusland, 1972)

    Svetlana Kureicik heeft het diploma van grafisch ontwerper en kunstenaar in gebrandschilderd glas van het Kunstencollege in Babrouisk. Ze is een veelzijdig artiest en beoefent evenzeer de poëzie en fotografie. Daar ze zich interesseert in de voorvaderlijke tradities van Wit-Rusland die nog steeds sterk ingeworteld zijn, fotografeert ze haar land dat ze doorreist met de Moskvitch van haar vader. Ze heeft aandacht voor het dagdagelijkse van de gewone mens en de lokale actualiteit, die op zich weinig spectaculair zijn. Ze werkt als uitgeefster en fotografe voor het dagblad Minskaya Pravda en is eveneens correspondente voor de website MLYN.BY, en voor de Russische krant Soyouiznoyé Gosoudartsvo. In 2018 heeft ze de perswedstrijd van de regio Minsk gewonnen en werd ze verkozen tot beste foto-correspondente. Over haar expositie Met de liefde van de landgenoten, zegt Svetlana: “Steeds als ik voor een opdracht voor de Minskaya Pravda vertrek, voel ik een vrolijkheid, want steeds maak ik kennis met nieuwe mensen. (…) Eenvoudige mensen, zeker in de dorpen, zijn erg gevoelig voor oprechtheid. Ze zijn puur en vol vertrouwen als kinderen en openen zich voor je. Het is een hechte wisselwerking die plaats vindt tijdens zo’n namiddag en die soms voortduurt tot in de avond. Het komt erop aan hetgeen deze mensen van hun leven met je gedeeld hebben, over te brengen op een respectvolle manier, met liefde. Ik maak foto’s uit liefde voor Wit-Rusland.” 

    www.instagram.com/kzikzeo


  8. 4. Het huis van Dhr. et Mevr. Colson

    Idrisse Hidara (België, 1986)

    Idrisse Hidara woont en werkt in Luik. Hij heeft fotografie gestudeerd aan de Kunsthogeschool Sint-Lucas. 

    “Mijn beelden zijn fragmenten uit het leven die ik opvang tijdens reizen of gewoonweg in mijn dagelijks leven. Ik ben zeer gevoelig voor de schakeringen en resolutie in mijn foto’s, en zeer erg gehecht aan het licht: het is dat wat een aspect van tijdloosheid geeft, getekend door een mysterie of een zekere vorm van poëzie. Ik hou ervan om op een neutrale manier in beeld te brengen en de essentie weg te nemen, zelfs van hetgeen me ertoe bracht te fotograferen. In het kader van de Biënnales stel ik mijn project Un voyage dans l’ombre (Een reis in de schaduw) voor. Deze serie zag het licht tijdens mijn eerste ontdekking van de Verenigde Staten. Ik besliste mijn reis te delen aan de hand van schaduw en licht. Ik had zin om me los te maken van het reële om zo mijn eigen verhaal te creëren. Een visie, gevoed door fotografische beelden, film of picturale beelden die in mijn geest rondspookten. Het is in dat halfduistere dat ik me het dichtst bij dat droomachtige universum voelde. Foto’s waarin een zekere twijfel zweeft, een zeker mysterie, die de kijker uitnodigt zijn eigen verhaal te creëren.” (I.H.) 

    www.idrissehidara.be

     


  9. 5. De kerk

    Cendrine Genin (Frankrijk, 1968)

    Cendrine Genin is auteur en fotograaf in Lyon en directrice van de vereniging Envois d’Enfance, die tot doel heeft artiesten en zieke kinderen met elkaar in contact te brengen. In het kader van de Biënnales presenteert ze voornamelijk foto’s uit de serie Nunc Stans, foto’s op glas en op glasraam, in de vorm van een installatie. 
    “Ik zoek intimiteit, ontmoeting, om vorm te geven aan de materie. Genoeg afstand houden, maar toch dicht genoeg komen om te raken. Me glijden tussen het immens grote en het onmetelijk kleine. Mijn blik fixeert zich op de zwakke punten van het levende. Wat zich voordoet, gebeurt zonder mij, behoort me niet toe. Deze ‘open plek’ kan ik dus aanbieden. Ik zoek. Elk beeld is een zucht, ademhaling. Wat ik voel is mijn leven. Ik weet nooit wat er zich het eerst gaat manifesteren, de emotie of de materie. Dit houdt geen enkel verband met tijdelijkheid; als een gespannen draad in onzichtbaar spoor. Fotografie is voor mij hetgeen het dichtst bij het ogenblik van een moment komt. Ik fotografeer in het hier en het nu.” (C.G.) 

    www.cendrinegenin.com


  10. Mégane Likin (België, 1994)

    “Ze heeft nog maar net geëxposeerd in La Boverie (Luik) en werd geselecteerd voor de prijs van beste creatie. Aan de zijde van Charles-Henry Sommelette heeft Mégane Likin aan de Academie voor Schone Kunsten in Luik gunstige watertjes doorzwommen of een rijke voedingsbodem gekend, met vervolgens de bevrijdende en heilzame klik, en een vertrek naar Engeland. Op haar weg: steun, vrienden. Referenties van een tijdje terug: Les solitudes et les attentes (Eenzaamheid en het wachten) van Edward Hopper, en het aangrijpende Jeune orpheline au cimetière (Jong weesmeisje op het kerkhof) van Delacroix, en tenslotte, en best heel moedig, La recherche du temps perdu (Op zoek naar de verloren tijd) van Marcel Proust… 

    Om deze jonge multidisciplinaire kunstenares (fotografe, maar ook en vooral van opleiding en uit voorliefde tekenares en schilder) beter te kunnen beoordelen, moet men beetje bij beetje begrijpen dat het in haar werk niet om zelfbeschouwing gaat, noch om het landschap. Ze schildert herinneringen, vage of precieze herbelevingen die de onzen zouden kunnen zijn, waarvan de fragiliteit en het aanschijn van onvolkomenheid ons doen begrijpen dat ze voortkomen uit een veranderende, evoluerende, materie. Het geheugen bestaat niet uit voor eeuwig ingekerfde ogenblikken, statisch, zoals bepaalde toepassingen van de fotografie ons soms proberen te doen geloven. Het is daarentegen steeds in beweging en veranderlijk, zoals de wolken aan de hemel gevormd worden en van vorm veranderen, zoals de zee die zich steeds vernieuwt als ze naderbij komt en zich weer terugtrekt. En zo schildert ze dingen die niet bewegen op hetzelfde moment dat ze de haast onbeweeglijke schaduwen fotografeert – in een licht stijve stijl, zelfs wat verouderde stijl, die doet denken aan bepaalde historische avant-garde kunstenaars, en de frisse wind van de jaren 1920…. Doorheen verscheidene media nodigt Mégane Likin ons uit tot een vorm van luisterbereidheid en aandacht, en dit met een verfijndheid en een kwaliteit die haar nu al eigen zijn: in de onbuigzame en kale naaldboom, onder het verstijfde twijgje of het schaarse zand, voor wie het horen kan, alles beweegt, alles ritselt; het kleinste levend wezen aarzelt, houdt stand – en lokt schichtig” (Emmanuel d’Autreppe, nov. 2018) 

    meganelikin.wixsite.com/bleu


  11. 6. De boerderij van « l’Aître »

    Colin Gray (Schotland, 1956)

    Colin Gray werd geboren in Hull in 1956 en studeerde aan de Royal College of Arts in Londen. Hij leeft en werkt in Glasgow. In de jaren zestig, op vijfjarige leeftijd, begon hij foto’s te nemen van zijn ouders. Hij greep de kans tijdens kleine familieaangelegenheden, vakanties, feesten. Men liet hem z’n gang gaan en Gray begon ermee opgepikte momentopnamen op te vangen in rudimentaire toestellen (de “brownie box” in vierkant formaat). In de loop van de veertig jaar die erop volgden, heeft deze serie gestalte aangenomen en een zeer persoonlijk onderwerp gevoed. Hij legde zijn liefhebbende ouders vast op beeld terwijl hij hen fotografeerde bij hun werk, huishoudelijke taken. Maar ze speelden ook mee – voor hun eigen plezier of met een humoristische medeplichtigheid met hun zoon regisseur. Deze hechte samenwerking resulteerde in de serie The Parents (tentoongesteld in het fotomuseum van Charleroi in 1996, en een gedeelte ervan in het kader van de tweede Biënnales van de fotografie in de Condroz). In Sickness and in Health, het luik dat erop volgde en bij Steidl Mack werd gepubliceerd in 2014, gaat over de kroniek van zijn ouders tot hun oude dag: ziekte, verlies, het uiteindelijke afscheid door het overlijden van zijn moeder. Deze serie die puur, gevoelig, aangrijpend is, heeft de fotograaf een grotere internationale erkenning bezorgd dan andere werken (Do Us Apart, over een vader en een dochter; of What Did You Do in 2003, waar hij zijn vader terugbracht naar de sporen van zijn toekomst tijdens de Tweede Wereldoorlog, op Europese bodem) die tegelijkertijd werden tentoongesteld. 
    Dit atypisch fotografeerwerk, binnen het register van “familiedocumentaires”, zoals enkel de Engelsen die kunnen maken, is buitengewoon, zeker wat finesse betreft, diepzinnigheid en menselijkheid. Colin Gray heeft dit oeuvre over de ganse wereld tentoongesteld: Kunsthal, Rotterdam; Encontros da Imagem, Braga, Portugal; Het Huis van de Fotografie, Praag; Street Level Photoworks en het Australisch Centrum voor Fotografie in Sydney. Zijn werk wordt uitgegeven en vernoemd in talrijke publicaties zoals The Photograph as Contemporary Art, een naslagwerk van Charlotte Cotton. 

    blog.imagesource.com/colin-gray-interview/


  12. Projectie van foto's ingezonden door amateur- en beroepsfotografen (oproep tot voorstellen).

     


  13. 7. Het huis van Dhr. et Mevr. Carton

    Christian Cadet (België, 1946-1988)

    We weten maar weinig over Christian Cadet : verlicht amateur werkzaam aan de oever van de Vesder (Trooz en omgeving) tijdens de jaren zeventig, die zijn toestellen blijkbaar voorgoed op stal zette tijdens de jaren tachtig. 

    Op initiatief van zijn zoon, Raphaël, is het werk van Christian Cadet recentelijk terug naar de oppervlakte gekomen en openbaart het – via archieven en vintage drukwerken, contactafdrukken, alles redelijk los van mekaar – een veelzijdigheid en een fijngevoeligheid die het bekijken, laat staan het herontdekken, waard zijn. Familie- en privéscenes, portretten en naakten (voornamelijk binnen de “flower power”- beweging, die de eenvoud en naaktheid volgde van de hippiebeweging), café- of straatscenes, landschappen en plaatselijke thema’s die dienden als aanleiding tot enkele experimenten in de donkere kamer……Het werk van Christian Cadet is zeer gevarieerd, fragmentarisch, maar laat geregeld plaats voor prettige visuele ontdekkingen en voor heerlijke momenten van genegenheid of pittoreske momenten. Het zou kunnen doorgaan voor het werk van Georges Thiry, met wie de fotograaf uit Trooz een voorkeur deelt voor bepaalde onderwerpen en een sobere benadering, zwart-wit, soms klassiek en net een beetje anders, onvrijwillig getuige van zijn tijd, nieuwsgierig naar alles...doch korter in tijd en bescheidener wat betreft ambitie, maar erg overeenstemmend qua sfeer. 


  14. 8. Het huis van Pierre Mossoux

    Babs Decruyenaere (België, 1978) 

    Babs Decruyenaere ontwikkelt een persoonlijk universum aan de hand van natuurlijke elementen die ze in de buitenwereld vindt. Stenen, bladeren, schelpen … Ze verzamelt natuurlijke pareltjes die ze bij toeval tegen komt tijdens lange wandelingen op het strand, om ze vervolgens te integreren in wel overdachte composities, aan de hand van visuele associatie. Buitenshuis haalt ze bijna nooit haar foto-apparaat boven : de selectie, de verzameling en de artistieke creatie zijn een proces van concentratie en een vloeiende creativiteit, die zich afspeelt in de intimiteit van haar atelier. Ze fotografeert en rangschikt elk object alvorens ze hen samenvoegt in verrassende composities. Haar fotogrammen zijn minimalistische studies van structuren, lijnen, motieven, waarin steeds het vormelijke aspect, bijna abstract, de bovenhand neemt. 

    Babs nam van kindsbeen af dingen mee naar huis en maakte ze verzamelingen : “Als kind had ik veel last van astma en mijn ouders hebben me naar een kuuroord aan de Belgische kust gestuurd. Ik herinner me de lange weken in het internaat. Elke vrijdagavond mocht ik naar huis. Mijn moeder was het al gewoon om schelpen, steentjes en veel zand in de zakken van mijn kleren aan te treffen. Blijkbaar ben ik altijd al een grote fan van het strand geweest … Ik heb het gewoon nodig om soms heel dicht bij de zee te zijn: om mijn geest leeg te maken, me vrij te voelen en terug op adem te komen. (…) Het geeft me een verbazingwekkende voldoening om mijn archieven en verzamelingen van natuurlijke ontdekkingen te sorteren en er een structuur in aan te brengen. De materialen waarmee ik werk zijn fragiel, net als de composities die ik maak. Misschien is het omdat ik me vaak zo fragiel heb gevoeld. De natuur en schoonheid zijn voor mij noodzakelijke escapades. Ze bieden me een wereld waarin ik vrij kan ademen en sterk kan zijn, los van mijn eerder broze gezondheid en mijn introverte aanleg. Mijn werk laat me ademen, geeft me zuurstof, net als de bomen en de bladeren die ik gebruik.” (luidens TIQUE, platform voor hedendaagse kunst, Antwerpen) 

    treeinthedistance.blogspot.com

     


  15. Arpaïs Du Bois (België, 1973)

    Voor Arpaïs Du Bois ligt tekenen in het verlengde van denken. Ze is tekenares/denkster, denkster/schrijfster, schrijfster/tekenares. Ze verwezenlijkt. Haar werk valt niet in te delen onder de huidige narratieve, figuratieve, anekdotische stroming, noch onder deze van het abstracte of het nieuwe minimalisme in de hedendaags kunst. Hoewel al haar werken deel uitmaken van één geheel, kan elke tekening op zich als een autonome stelling onthaald worden. Haar werk helpt ons om onze levenswandel te vertragen, met de bedoeling tijdens enkele ogenblikken zich in vraag te stellen, en zich de vragen te stellen die moeten gesteld worden, om zich de gelegenheid te geven om eens naar boven te kijken, naar beneden en opzij, in plaats van steeds recht vooruit. Er zit een politieke dimensie in haar werk, want wat ze maakt is niet meer of niet minder dan een claim van woorden die zich verzetten tegen het rationalisme van onze tijd, van gedachtengoed die door haar onnatuurlijke autoriteit de menselijke dimensie, eigen aan onze levens, onderstreept. 

    Tijdens de Biënnales stelt Arpaïs Du Bois al haar tekeningen en foto’s tentoon uit haar blog Instant de jour et dessin d’un soir (arpaïs.blogspot.com). Gedurende tien jaar, van 16 juni 2008 tot 16 juni 2018, heeft Arpaïs elke avond een tweeluik gepost, een foto en een tekening. Dit archief over de tijd die voorbijgaat, een blik die evolueert, grote en familiale gebeurtenissen, een wereld die veroudert op een decennium tijd, maar steeds bekeken door dezelfde ogen, wordt op scherm getoond, zoals het gecreëerd werd. Men kan er zolang blijven naar kijken als men wil, en ervan proeven tot men verzadigd is, verscheidene malen terugkomen of zich er volledig in verliezen. De golf van beelden wordt gedurende de Biënnales zonder onderbreking getoond. Arpaïs stelt ook een selectie recente tekeningen (2019) tentoon, als een knipoog naar het voltooide project. De verankering ervan in het heden en de analyse van wat beleefd werd, stopte niet op 16 juni 2018. Het is nog steeds de basis en de motor van haar oeuvre. 

    Deze expositie is in samenwerking met Gallery Fifty One in Antwerpen. 

    www.arpaïs.com



  16. Te OSSOGNE

     


  17. 9. De hoeve van Carine Vrancken

    De realisaties van een fotografiestage voor adolescenten onder leiding van Sarah Joveneau en Christophe Danthinne.

    Agathe Blomme, Eva Catrain, Pauline Chasseur, Pedro Duchesne, Simon Frippiat, Clara Maes, Coline Monin, Lucie Otto, Line Schaus et Louise Sépulchre.

    © Pauline Chasseur

     


  18. 10. De hoeve van Catherine Vrancken

    Jef Van den Bossche (België, 1993)

    Jef VDB is een nog zeer jonge Antwerpse fotograaf, student aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Hij heeft de reeks On a soif (Wij hebben dorst) als schoolopdracht gemaakt en is er nog steeds aan bezig trouwens. Het gaat over de volkscafés, de oude bruine cafés in Vlaanderen die nog niet ‘dood’ zijn. 
    “De gezondheidstoestand van een dorp of een wijk kan je afleiden uit z’n volkscafé. Voor cafébazen, die vaak heel spraakzaam zijn, ben je niet zomaar een klant: je bent Jos, Erik, Inge. Je praat er met iedereen en iedereen praat met jou. De mensen van zo’n wijk zien mekaar en ‘doen een klapke’ met elkaar tussen de sanseveria’s, veranderen de wereld, becommentariëren de actualiteit, zetten dingen op poten… Het volkscafé is het sociale labo van een wijk. Als Jos, Erik, Inge, de advocaat en de bouwvakker, de creatieve geest, de moraalridder, de misantroop en de filosoof niet meer naast elkaar aan de toog kunnen zitten, is het dorp of de wijk naar de verdoemenis. Voor vele van deze mensen is het volkscafé de belangrijkste ontmoetingsplaats, de plaats waar iedereen iets komt drinken en wat komt babbelen na z’n werkdag. Hun inrichting is vaak van een heel andere slag dan de café-inrichtingen die we vandaag de dag in de moderne steden kennen. Ze roepen een vervlogen tijd op. Het afgelopen decennium zijn dergelijke zaken fors in aantal geminderd, en daarmee gepaard gaand de sociale functie ervan. Er zijn wel meer clubs bijgekomen, voetbalploegen en verenigingen in de duivensport. Hun verdwijning draagt bij tot de individualisatie in onze maatschappij. Aangezien de Belgische brouwcultuur tot immaterieel erfgoed werd erkend door de UNESCO op 30 november 2016, zou je je vragen kunnen stellen in verband met de verdwijning van die verbruiksplaatsen en de redenen waarom dat Belgisch erfgoed niet wordt beschermd … “(J.VDB) 

    In de toekomst zou Jef eveneens de Brusselse en Waalse cafés in het daglicht willen stellen… Kunt u hem een goed adresje aanraden ? 

    www.behance.net/jefvdb


  19. 11. De kerk

    Damien Caumiant (België, 1982)

    "zich engageren 
    zich (soms) overgeven aan vormen, aan kleuren, aan het leven 
    stappen, ervaren, (zich) vermoeien
    adem
    nog stappen
    z’n ritme vinden
    oppikken
    de aanpak is een kwestie van allure." (D.C.) 

    De aanpak van Damien Caumiant is gefocust op de idee van verplaatsing, de exploratie van ons grondgebied en van de ruimte. In de afgelopen jaren waren er verscheidene projecten die deze thematiek aansnijden (Marche en marge, Black Sea Loop, La descente,…). Uitstapjes, op zoek naar grenzen, limieten, randen.
    In zijn laatste werk vervagen het kader en de geografische restricties en opent hij zich voor een meer persoonlijke benadering, een innerlijk onderzoek, een meditatie in de plooiingen van de wereld, en er al eens mee meetrillen.
    Na zijn studies aan het Instituut voor Schone Kunsten Sint-Lucas in Luik en aan het ERG in Brussel is Damien als freelance- fotograaf beginnen werken in België en in het buitenland. 

    www.damiencaumiant.eu


  20. Henri Evenepoel (België, 1872-1899)

    Henri Evenepoel is een Belgisch schilder, tekenaar en graveur, geboren in Nice in 1872 en overleden in Parijs in 1899. Ondanks zijn vroegtijdige overlijden, hij was nog maar 27, liet hij een uitzonderlijke picturale erfenis na. Hij schilderde het moderne leven, de kindertijd en tederheid. Hij had zich het impressionisme eigen gemaakt, de school van Pont-Aven en de Nabis-beweging. In bepaalde doeken kan je het Fauvisme al ontdekken. 
    Tijdens een tentoonstelling, als eerbetoon aan Henri Evenepoel die in 1972 aan hem gewijd werd in het Museum van Moderne Kunst in Brussel, schreef conservator, Philippe Robert-Jones: “… een oeuvre met wonderbaarlijke aandacht voor verwondering over de wereld in de kindertijd, een oeuvre intens levendig in het grijpen van het moment dat voorbijgaat, een oeuvre immens gevoelig aan diepzinnigheid. Het is geen simpel model dat men ziet, maar een weloverwogen en begrepen figuur. Open voor zowel bewondering als bezinning, heeft Evenepoel in de kortheid van het leven dat hem te beurt viel, zijn levenslust kunnen doen gelden …” 
    Evenepoel hield van fotografie. In 1897 maakte hij kennis met deze nieuwe manier om de realiteit te grijpen en haar momentopnamen te vangen. In twee jaar en een half tijd heeft hij ongeveer negenhonderd foto’s gemaakt met z’n kleine Kodack. Zijn favoriete thema’s waren zijn familie en taferelen uit het Parijse leven. Zijn foto’s, die hij vaak als voorbereidende studies gebruikte voor zijn schilderijen, getuigen van een grote tederheid en een sterk gevoel voor observatie.
    De foto’s in deze tentoonstelling werden ons welwillend uitgeleend door de heer Laurent Busine. Ze komen uit collecties van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in België. 


  21. 12. De oude molen van Dhr. en Mevr. Verlaine

    Matthieu Marre (Frankrijk, 1980)

    Matthieu Marre is fotograaf, bijna veertiger, koppig en discreet, met Franse roots, die in Brussel woont. Na zijn studies antropologie (Master), heeft hij een studie gemaakt rond palliatieve zorgen, en vervolgens een documentaire over de marginaliteit in ons ziekenhuissysteem. Matthieu Marre fotografeert sedert 2001 zonder oponthoud: hij interesseert zich voor het intieme en “hoopt er het oprechte van de dingen in te kunnen aantonen”. Hij maakt fotografie tot ‘een andere kijk op evidenties’; een verliefde kijk ontleend aan een soort afstand en melancholie. Zijn foto’s hebben “geen precieze intentie”. Eén foto bevat verscheidene discours. Ze “hangt af van een geheel van percepties en gevoelens waarvan men vervuld is bij het nemen van de foto”. Die beelden behoren in dat opzicht tot een geheel aan fantasieën, autobiografisch getint, vervolgens opgedeeld in series. De zintuigen, en niet alleen het zicht, maar ook de reuk- en vooral de tastzin, spelen er een doorslaggevende rol in. In 2015 publiceerde hij L’Oublié (Hij die vergeten werd) bij uitgeverij Yellow Now (Luik). Sinds 2016 maakt hij deel uit van de studio Hans Lucas. Na zijn eerste deelname in 2015 komt hij terug naar de Biënnales van de fotografie in de Condroz ten gevolge van een jaarlange opdracht die hem werd toevertrouwd, met de bedoeling om zijn gevoelen over de streek, het leven dat men er lijdt, de vragen die men er stelt, de antwoorden die men er vindt, of niet, over te brengen. 

    www.matthieumarre.com


  22. Marie Sordat (Frankrijk, 1976) 

    Marie Sordat werd geboren in Frankrijk, maar woont en werkt in België. Sinds 2004 worden haar foto’s geëxposeerd op festivals, in musea en galerijen over de ganse wereld (Duitsland, Spanje, Japan, Mexico, Cambodja, Georgië, Slovakije, …) en worden ze geregeld gepubliceerd in catalogi, boeken of tijdschriften (Uitgeverij Lannoo, Uitgeverij Filigranes, “Halogénure", kunstboeken,…). Haar eerste monografie, Empire (Bewind) werd uitgegeven door Yellow Now in 2015. Ze doceert fotografie aan het INSAS, neemt deel in jury’s, organiseert talrijke ateliers – zoals één, in residentie, tijdens deze 9de Biënnales. Ze is bovendien onafhankelijk commissielid en heeft zowel de expositie als de cataloog ‘Le Regard’ (De Blik) opgezet aan het ISELP in 2013, vervolgens in 2018 de tentoonstelling Eyes Wild Open voor de Botanique (evenals het boek, uitgegeven door André Frère). Ze was één van de laureaten bij de Virginia Prijs voor vrouwelijke fotografen in 2012. Haar werk wordt behartigd door Box Galerie (Brussel). “Het is niet mijn bedoeling een documentaire te maken, noch aan een autobiografisch onderzoek te doen, maar ik wil gewoon stilte en onbegrip in beeld brengen.”: een delicaat evenwicht, maar een radicale aanpak die zowel gebruikt wordt voor de intieme aspecten in haar werk als voor haar levens- en reisverhalen. “Omdat ik een cinematografische opleiding heb genoten, bewerk ik mijn series altijd tot een film met een begin, een einde, waarbij ik de locaties en personages zowel allegorisch als plastisch gebruik. Ik benadruk vaak het muzikale ritme van de beelden, zoekend naar een compositie die vertelt wat ik niet met woorden gezegd krijg.” En er zijn voor Marie Sordat geheimen die enkel met stilte kunnen uitgewisseld worden: in het kille wit van geschifte periodes in het leven, in de spleten van gebroken muren, in het hiaat vanwaar we allen komen en waarheen we allen onze terugreis zoeken. Haar foto’s zijn eerder mentale spiegels dan een strikte weergave van de wereld die haar omringt, en kaarten meermaals het verscheurende van moederschap aan, waarbij een tipje van de sluier van een wereld in rouw opgelicht wordt, een terugkeer naar het beschrijven van het licht als gebeurtenis, als openbaring. Landschappen moeten hier beschouwd worden als geestestoestanden, of de geestesgesteldheid als een soort landschap, met hierin alle wezens, alle gezichten, mysteries die vibreren, en die samen met andere mysteries ons omringen en interpelleren. 

    www.mariesordat.net


  23. Damien Daufresne (Frankrijk, 1979)

    Damien Daufresne leeft en werkt in Parijs en Berlijn. Zijn foto’s worden al zo’n vijftien jaar rijkelijk tentoongesteld en gepubliceerd over gans Europa.
    “Fotografie wordt beoefend door gluurders en zieners. Damien Daufresne is er één van. Met een zuiverheid (ik zeg weldegelijk zuiverheid, het is te zeggen een gratie zonder misleiding noch bezorgdheid, een bescheidenheid in zekere zin, geen naïviteit of sentimentaliteit) van blik bevat hij beelden die als het ware openbaringen zijn. Door deze blik klikt hij in zijn foto’s bliksems: alsof hij plots de wereld belicht. Het is daar, tijdens een ogenblikje, dat hij “de kleine schepping van schuim“ kan zien: een mengeling van zachtheid, gewelddadigheid, gloed. Het is me niet mogelijk hem te vergelijken met iemand anders, één of andere verwantschap te vinden met andere fotografen. Men zou kunnen zeggen dat het, misschien, formele blootstellingen zijn, als je wil. Maar hij heeft in de fotografie zowel een taal als een schrijfwijze gevonden die enkel hemzelf eigen zijn, mysterieus zonder ontoegankelijk te zijn, een intense zang tot besluit. Zijn foto’s zijn spiegelingen. Als er geen foto’s waren geweest, zou ik zeggen dat het nooit was gebeurd, en dat hij het misschien gedroomd had. Ze zijn er echter wel, besmet door een roes, als verstokte ademhalingen die zich tussen eb en vloed glijden, alvorens het getij van de tijd, van de nacht, van de beweging die ze verscheept, zich terugtrekt of alles weer bedekt, zonder afdruk, indicatie of aanwijzing. Maar hij produceert geen bewijzen. Hij is noch bewaker, noch getuige. Hij is er gewoon, als in een miraculeus evenwicht aan de zelfkant van de wereld, ons in spanning houdend, alsof wij nooit bestaan hadden en alles nog in de toekomst lag.” (Caroline Benichou) 

    www.damiendaufresne.com 


  24. 13. De voormalige brouwerij van Mevr. Belfroid

    Een tentoonstelling van het Fonds Desarcy-Robyns in partnership met het Musée de la Vie wallonne. Zij doet die kleine en grote gebeurtenissen herleven die tijdens de jaren 1940 tot 1970 Wallonië hebben doen vibreren. 

    Photo : © Musée de la Vie wallonne - Fonds Desarcy-Robyns

     


  25. Een keuze uit de beelden gerealiseerd door de stagiairs van onze workshop (residentieel atelier van een week onder leiding van Marie Sordat).


  26. 14. Het huis "Monfort - Geurts"

    Sarah Seené (Frankrijk/Canada, 1987)

    Sarah Seené is een visueel artiest van Franse origine, die in Monreal (Québec, Canada) woont en werd uitgenodigd door Brownie. Haar droomachtig en poëtisch universum zet gezichten, lichamen, mensen in het licht, waarbij het intieme centraal staat. Sarah schrijft poëzie, die ze met haar werken verweeft. 
    Haar foto’s werden in meerdere individuele en groepstentoonstellingen geëxposeerd in Europa en in Noord-Amerika. 
    “Mijn fotografisch werk is bijna uitsluitend analoog. Mijn series zijn de vruchten van opzoekingen gefocust op het concept van weerbaarheid, waarover neuro-psychiater Boris Cyrulnik spreekt. Deze weerbaarheid kwam voor het eerst in mijn werk voor aan de hand van meerdere series zelfportretten waarvan ikzelf het studeerobject was. Het ging er dus om mijn eigen grenzen in vraag te stellen, voortkomend uit meerdere persoonlijke drama’s tijdens de kindertijd en de adolescentie, ten opzichte van tegenspoed. (…) In 2017 heeft mijn werk een meer documentaire wending aangenomen. Ik ben aan een groot project begonnen dat Fovea heet en dat slechtziende en blinde jongeren uit Québec in het licht zet. Weerbaarheid is hier een duidelijk aspect en enorm tastbaar. Folvea belichaamt 35mm foto’s in zwart-wit, met de hand ontwikkeld, geluidsdocumentaires en beeldbeschrijvingen in braille en in grote letters zodat alles voor iedereen toegankelijk is tijdens de expositie. Buiten het poëtische van de beelden heeft dit werk tot doel een zachte en lichte kijk te tonen, in combinatie met sterkte en voorkomendheid.” (S.S.) 

    www.sarahseene.com


  27.